Bemesting

 

 

Verkoopinfo 1996

Uitgave van de gezamenlijke verkoopcommissie tuinvereniging Het Westen en tuinvereniging Wormer

1e jaargang nr.1 oktober 1996

Redactie: Peter Tulleken

 

Inleiding

Bemesting

Organische meststoffen

Anorganische meststoffen

Kalk

Maerl

Stikstof

Fosfor

Kalium

Magnesium

Voedingsfouten herkennen

Potgrond

Producten

 

 INLEIDING

Zoals elk jaar wordt de verkoop kalk- en meststoffen gehouden. De zo noodzakelijke voedingsstoffen kunnen dan worden ingeslagen. Ons is gebleken dat veel tuinders niet of nauwelijks weten wat er in de verpakking zit. Ook de afkortingen en getallen die hierop voorkomen zijn voor vrijwel een ieder geheimtaal. Tevens is de wijze van gebruik niet bij iedereen bekend. Een en ander heeft tot gevolg dat veel tuinders dan maar niets kopen. Onbekend maakt onbemind nietwaar?

Om in deze situatie verandering te brengen hebben de beide verkoopcommissies besloten om de zaken eens op papier te zetten zodat de (toekomstige) kopers weten wat ze krijgen en vooral hoe ze het moeten gebruiken. Als u dit boekje met enige aandacht leest kunt u verstandige aankopen doen. Uiteraard bij uw vereniging hopen wij.

BEMESTING

Op tuinen waar veel gewassen naast en na elkaar worden geteeld, moeten hoge eisen aan de voedingstoestand van de grond worden gesteld. Alleen wat zelfgemaakte compost met eventueel een hoeveelheid kalk is voor de meeste tuinen onvoldoende. Voor het op peil houden van een redelijk vruchtbaarheidsniveau zal u jaarlijks een hoeveelheid stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K) moeten toedienen. Dit kan in de vorm van stalmest, een organische mest in gedroogde vorm, of in de vorm van anorganische meststoffen (kunstmest).

 

ORGANISCHE MESTSTOFFEN

 

Zoals de naam reeds zegt, bestaan deze meststoffen uit organisch materiaal dat door bacteriën in de grond wordt afgebroken (verteringsproces). Hierbij komen voedingselementen vrij die door de planten kunnen worden opgenomen. In het algemeen werken organische meststoffen langzaam en langdurig waardoor de planten rustig en regelmatig groeien. Bovendien wordt door het gebruik van organisch materiaal het gehalte aan organische stof in de grond op peil gehouden en dat is gunstig voor de structuur, waterhuishouding en het vasthouden van voedingsstoffen.

Hiertegenover staan ook enkele nadelen zoals:

  • Het gebruik van ruig materiaal (zoals strorijke mest) trekt veel (schadelijke) insecten aan, en is daarom niet geschikt voor wortelgroenten.
  • Bij intensief gebruik van organisch materiaal komt relatief vrij veel stikstof voor de planten beschikbaar. Voor bijvoorbeeld peulvruchten is dit ongunstig.
  • Het gehalte aan voedingsstoffen varieert sterk met als gevolg onvoldoende controle op de hoeveelheden die men toedient. Dit geldt vooral voor de zogenaamde enkelvoudige organische meststoffen, te weten:

1.   bloedmeel (stikstofmeststof

10-16% N).

2.   beendermeel (fosfaatmeststof

10- 33% P).

3.   kalimeststof 5-20% K.

De meest bekende organische meststof is ongetwijfeld gewone stalmest in een hoeveelheid van 1 m³ per 100 m². Stalmest kan als een volledige meststof worden beschouwd, naast N + P + K bevat het ook elementen. Het jaarlijks onderspitten van deze hoeveelheid over de hele tuin valt af te raden, dit vanwege de kans op insectenvraat (wortelgroenten) en een weelderige groei (peilvruchten). Geef jaarlijks de halve tuin stalmest en gebruik voor de andere helft een samengestelde organische- of anorganische meststof. Compost moet in eerste plaats worden gezien als een structuur verbeteraar en niet als een meststof. De voedende waarde is gering.

 

ANORGANISCHE MESTSTOFFEN

Anorganische meststoffen staan beter bekend als kunstmest. Deze zijn gemakkelijk toe te dienen en de gehalten zijn precies bekend. Bij gebruik van alleen kunstmest zal het humusgehalte (%organische stof) in de grond teruglopen met als gevolg een minder actief bodemleven, achtergang van de structuur en op zandgronden een grotere kans op uitspoeling van waardevolle voedingselementen. Ook bij kunstmest onderscheiden wij enkelvoudige en samengestelde meststoffen. Het meest bekend is de verhouding  12(N) + 10(P) + 18(K). Voor wortel- en knolgewassen wordt vaak de voorkeur gegeven aan de verhouding 7 + 14 + 28, dus minder stikstof en meer kali. Tot slot een overzicht een overzicht van de belangrijkste enkelvoudige kunstmeststoffen:


STIKSTOF

-

kalkammonsalpeter (26% N) werkt snel en langdurig

 

-

magnesamonsalpeter (22% N) bevat tevens 7% magnesium

 

-

kalksalpeter (15%) N) werkt snel

 

-

Chilisalpeter (16% N) bevat tevens borium

     

FOSFOR

-    

superfosfaat (19% P) werkt vrij snel

 

-

tripelsuperfosfaat (43% P)

 

-

thomasslakkenmeel (14-18% P) werkt langzaam, bevat 3% magn.

 

-

natuurfosfaat (30% P) lost slecht op

     

KALIUM

-

patentkali (30% K) Chloorvrij

 

-

kalizout (40% en 60%) bevat Chloor, in de herfst of winter strooien, wordt in de tuinbouw nauwelijks gebruikt


KALK

 

Kalk is nodig voor de opbouw van de plantenweefsels. Is er te weinig kalk in de bodem dan zal de pH laag liggen. Men spreekt dan van zure grond. De beste pH of zuurgraad op zandgrond

ligt tussen de 6 en 6,5. Op zware grond is dit getal 7 tot 7,5.

 

MAERL

Maerl bestaat uit kalk en sporen elementen. Het is een gedroogde en gemalen zeealge. Deze algen worden verzameld voor de kusten van Bretagne, waar ze ook direct verwerkt worden. Behalve een zeer hoge zuurbindende (kalkwaarde) van 45% bevat Maerl de zuivere voedingsstoffen uit de zee. Daardoor wordt de smaak en de houdbaarheid ervan bevorderd. Maerl is tevens aan te bevelen als bladvorming op groente, fruit, planten en struiken. Het gebruik als bladvoeding is eenvoudig. Strooi een paar keer tijdens de opgroei wat Maerl over de planten, verder niets.

Te weinig kalk

Op zure grond zal de plantengroei gering zijn. Typisch is ook de lichtgroene kleur die de bladgroenten gaan vertonen. Op deze grond zal dus kalk moeten worden toegevoegd.

Te veel kalk

Kenmerkend is de afwezigheid van humus in een dergelijke bodem. De kalk vreet de humus aan en zorgt er voor dat de sporenelementen voor de planten onbereikbaar worden. De oplossing is zure materialen aanbrengen zoals compost. Turf is ook goed omdat dit zuurmakend is.

 

ZUURGRAAD

Uw grond moet een pH-waarde van 6.5 hebben. Per graad verhoging van de pH betekent dat er ongeveer 6 kg landbouwkalk of Maerl nodig is per 10 m².

 

STIKSTOF

 

Te weinig stikstof

De planten groeien traag en komen zeer traag tot bloei. De kleur van de planten is lichtgroen of zelfs paars. Het is moeilijk om onderscheid te maken tussen kalkgebrek of stikstofgebrek. Om onmiddellijk stikstofgebrek op te heffen kan men twee middelen toepassen:

1.   Toedienen van bloedmeel

2.   Compost toedienen

Te veel stikstof

Er ontstaat een snelle, krachtige scheut- en bladontwikkeling. Door deze snelle groei worden de planten vlugger vatbaar. Een teveel aan stikstof uit zich ook in de geringe vruchtbaarheid. Bovendien hebben alle producten een kwalijke smaak.

 

FOSFOR

 

Te weinig fosfor

Fosforgebrek komt vooral tot uiting bij de bloei. Zaailingen vertonen een purperachtige verkleuring. Ook het wortelgestel van de plant komt onvoldoende tot ontwikkeling.

Te veel fosfor

Dit uit zich altijd in een latere oogst. Een teveel aan fosfor komt maar zelden voor.

 

KALIUM

 

Te weinig kalium

Aangezien kali alles te maken heeft met de waterhuishouding in de plant zal een gebrek hieraan onmiddellijk zichtbaar zijn. Gebrek aan kali uit zich ook in de slechte bewaarbaarheid van de groenten en vruchten. Een gebrek kan opgelost worden met compost of houtas.

Te veel aan kali

Een teveel aan kali zal onmiddellijk het magnesium blokkeren.

  

MAGNESIUM

 

Samen met stikstof zorgt magnesium voor een goede bladgroensynthese. Bij te weinig magnesium ontstaat een

verkleuring tussen de nerven. In een later stadium verkleurt het hele blad. Oplossing voor magnesiumgebrek is het toedienen van zeealgenkalk


Dosering van kunstmest:

per are (100 m²) 8 kilogram mengmeststof van 12% stikstof,10%fosforzuur en 18 % kali. Is de grond schraal, dan kan de hoeveelheid worden verhoogd tot 10 kilogram

VOEDINGSFOUTEN HERKENNEN

Soms is de herkenning van voedingsfouten heel moeilijk. Toch vertonen sommige planten allerlei kenmerken die het opsporen van fouten gemakkelijk maken. Voor amateur-tuinders kan het volgend van nut zijn.


Aardappel

  • Pleksgewijs zijn de planten lichtgroen en de bladeren vertonen naar boven gekrulde randjes. Hier is chloor aanwezig. Kippen- en duivenmest bevatten veel chloor.
  • Grote blad- en stengelvorming. Er is een teveel aan stikstof.  

     Bij kaligebrek zullen de onderste bladeren bruin worden.

  • Aardappelen zijn dankbaar voor wat fosfor. Het beste is      

    aardappelen geen kalk of basalt te geven.

Aardbei

  • Een klein en ook weinig blad duidt op gebrek aan stikstof.
  • Een groot en dof blad op teveel aan stikstof.
 
  • Verkleuring van de onderste bladeren is dikwijls een

     kalkgebrek.

Andijvie

  • Bij gebrek aan paardenmest of compost kan deze groente bitter smaken.

Bonen

  • Kalkgebrek geeft lichtgroene bladeren. Bonen stellen fosfor enorm op prijs. Een extra gift van beendermeel of fosfaat geeft zeer goede resultaten. Als de bladeren vleksgewijs gaan verkleuren is een tekort aan magnesium. Maerl lost dit gebrek op.

Komkommers

  • Deze eisen een zeer goede compostbemesting. Het afsterven van de vruchten is een gevolg van voedselgebrek.

Kool

  • Geelgroen bladeren of bladeren met een paarse schijn zijn een teken van stikstofgebrek. Bloedmeel geven geeft een goed resultaat.
  • Losse kroppen geeft kaligebrek aan.

Sla

  • Bij gebrek aan stikstof wordt de plant bleekgeel. Bij een gebrek aan kali krullen de bladeren en krijgen de onderste bladeren een bruine rand.

 

 

Spinazie

  • Geelgroene bladeren duiden op stikstofgebrek. Is er kalkgebrek dan zal de groei stagneren. Bruine randen is het gevolg van kaligebrek.

Tomaten

  • Grote, ingezonken, bruine vlekken op de neus geven kaligebrek aan.
  • Stikstofgebrek : gele bladeren en slechte groei
  • Fosforgebrek: slecht afspenen van de bloemen
  • Magnesiumgebrek: geeft gekrulde bladeren. Maerl geven.

Wortel

  • Bij stikstof gebrek wordt het loof geel en later bruin

Ook de aanwezigheid van bepaald (on) kruiden geven een beeld van de bodemgesteldheid. Een kleine opsomming:

 

Akkermelkdistel

Komt  veelvuldig voor waar de grond klei bevat en bovendien los is. Zijn aanwezigheid duidt op ruime aanwezigheid van organische stikstof.

Kamille

Hij groeit op zuurstofarme, dichtgeslempte gronden. Zijn voorkomen is altijd het gevolg van slechte grondbewerking.

Kweek

Een lastig onkruid, maar is toch een bewijs dat de grond vruchtbaar en humusrijk is.

Muur

Komt voor op humusrijke gronden, waarvan de zuurgraad net iets onder het neutrale ligt. Is dikwijls een indicator van een overmaat aan stikstof.

Distel

Distels zijn altijd een indicatie voor droge, stikstofrijke gronden

POTGROND

Voor de verspening en opkweek van planten is goede potgrond nodig. De biologische teler mengt over het algemeen de potgrond zelf. De samenstelling is als volgt:  1/3 goede en gezeefde compost, 1/3 turf en 1/3 tuingrond. Voor de optimale kwaliteit wordt er nog wat basalt aan toegevoegd. Goed mengen is de hoofdzaak.

 

PRODUCTEN

De mestproducten die meestal in de verkoop worden opgenomen zijn:

Organisch

Koemest gekorreld. Samengestelde meststof in de verhouding N+P+K van 7-3-4

 

Lavameel. Enkelvoudige meststof

 

Beendermeel. Enkelvoudige meststof

 

Culterra. Samengestelde meststof in de verhouding 10-4-6

Anorganisch

Nitroperfect. Samengestelde kunstmest in de verhouding 15-5-20

Kalk

Dolocal. Landbouwkalk

 

Maerl. Zeealgenkalk.

Potgrond

Zaai- en stekgrond. Prima potgrond, een goede start voor al uw zaaigoed.

  

Verkoopschema

1.   December, kalk- en meststoffen

2.   Februari, zaad

3.   Maart, pootaardappelen

4.   Tijdens het seizoen, bonenstokken